In b├Ęta

Les "Over leven in Auschwitz"

Deel 3 van 3 van Over leven in Westerbork en Auschwitz. In dit onderdeel onderzoeken leerlingen onder welke omstandigheden de gevangenen in Westerbork en Auschwitz moesten leven en welke gevolgen dat kon hebben voor de keuzes die zij maakten. De leerlingen kunnen gebruik maken van hulplijnen als ze niet weten hoe ze een onderzoeksopdracht moeten aanpakken. Een van die hulplijnen bestaat uit een begrippenlijst waarin begrippen en namen staan die in de tekst zijn onderstreept. Een andere hulplijn betreft een aantal historische vaardigheden. Zo wordt in dit hoofdstuk o.a. een beroep gedaan op vaardigheden als ‘bronanalyse’, ‘contextualiseren’, ‘evalueren en oordelen’ en ‘inleven’

Leerdoelen

Op basis van analyse van historische bronnen liggen de accenten op:

  • Inleving – Leerlingen kunnen zich inleven in historische personen en historische situaties.
  • Contextualiseren – Leerlingen kunnen historische gebeurtenissen vanuit hun context verklaren.
  • Representativiteit – Leerlingen kunnen aangeven of bepaald gedrag representatief is.
  • Standpunten innemen – Leerlingen kunnen op basis van historisch redeneren morele standpunten innemen en verdedigen.
  • Argumenteren – het voeren van een klassengesprek/ discussie/ debat.

Voorkennis

  • De leerlingen hebben een basale kennis van de concepten holocaust, shoah, concentratiekamp
  • De leerlingen hebben een basale geografische kennis zodat zij de kampen kunnen lokaliseren
  • De leerlingen hebben een basale kennis van het verloop van de oorlog in Europa tussen 1942 en 1945

Toetsing/afsluiting

Bij de afronding van thema 3 kan in het klassengesprek een aantal thema’s aan de orde komen. Hieronder enkele suggesties:

  • Het thema ‘omstandigheden’.
    • Vind je dat het gedrag van Roosje representatief (een goed voorbeeld) is voor het algemene gedrag van de bewoners van Westerbork
    • Hoe bepalen de omstandigheden waarin jij leeft jouw leven?
  • Het thema ‘je staande houden’.
    • Vind je manier waarop Roosje zich in Westerbork en Auschwitz staande heeft gehouden te verdedigen of niet te verdedigen?
    • Stel dat Roosje jouw tante was geweest. Zou je dan trots op haar zijn geweest?