In b├Ęta

Les "Terugblik en vooruitzien"

De docent leidt dit afrondende hoofdstuk in door kort terug te blikken op de voorbije lessen. Vervolgens geef hij aan of de leerlingen alleen opdracht A maken, alleen opdracht B of beide opdrachten.

Let op: opdracht B is een voorstel. Daarom is ook een alternatieve opdracht opgenomen. En natuurlijk kan de docent er ook voor kiezen om opdracht B of de alternatieve opdracht B te vervangen door een eigen opdracht. Grote vrijheid dus!

 

Opdracht A is een groepsopdracht. Tijdsduur: 1 à 2 lesuren.

  • De docent laat de leerlingen kort de inleidende tekst bij opdracht A lezen. Vervolgens verdeelt hij de klas in groepjes van 4 à 5 leerlingen en bespreekt met hen kort de aanpak van de opdracht.
  • Hij loopt langs bij de groepjes en helpt indien nodig.
  • Ter afronding worden de affiches in de klas opgehangen en besproken/ beoordeeld door de leerlingen + de docent.

 

Opdracht B is een individuele opdracht. Tijdsduur naar eigen inzicht van de docent te bepalen.

  • De leerlingen zijn zelf aan het werk, maar moeten kunnen terugvallen op begeleiding door de docent.

 

Opdracht B – alternatief. Rijdsduur: 3 lesuren

Arrangement – Oorlogsmonument omarmen

  • Doel: samenwerkend ontdekken wat de betekenis van het monument is en waarom het is geplaatst.
  • Maak groepjes van 5 á 6 personen. Verdeel de volgende onderwerpen over de groepjes.
    • Het monument
    • Verhaal
    • Betekenis
    • Plaats
    • Geschiedenis
  • De leerlingen beantwoorden van elk onderwerp de hoe, wat, waarom, wanneer vraag.
  • De leerlingen spreken met elkaar af hoe zij het onderzoek als groepje gaan doen.
  • De leerlingen maken ter plaatse filmpjes en foto’s van het monument en vragen minstens twee mensen wat ze van het monument vinden.
  • Spreek als klas met elkaar af hoe je aan de andere klassen jullie monument gaan presenteren. Dat kan in een collage, een powerpoint, prezi, filmpje, toneelstukje etc.

Leerdoelen

  • De leerling kan een onderzoek uitvoeren.
  • De leerling kan samenwerken.
  • De leerling kan wat geleerd is in een nieuwe taak toepassen.

Voorkennis

De kennis en vaardigheden opgedaan in de voorgaande lessen.

Toetsing/afsluiting

De opdrachten