In b├Ęta

Les "Verzet en verraad als daad of houding"

In deze lessen staat het vraagstuk van verzet en verraad centraal. Wanneer en onder welke omstandigheden wordt  gedrag verzet of verraad? Welke dilemma's liggen in extreme omstandigheden ten grondslag aan menselijk gedrag? Waarom handelen mensen zoals ze handelen?

De leerlingen worden aan de hand van verschillende onderzoeksopdrachten geconfronteerd met keuzes die Roosje en haar omgeving maakten en worden aangesproken op hun eigen gedrag in situaties waarin zij zouden moeten kiezen. Zij leven zich daartoe in in verschillende posities.

De leerlingen verwerken de opdrachten individueel, in groepsverband of in klasverband. De docent begeleidt, legt uit, licht toe.

In de docentenhandreiking staan ideeën en suggesties met betrekking tot o.m. de didactische mogelijkheden van dit hoofdstuk en de opdrachten apart..

Leerdoelen

  • De leerling kan zich inleven
  • De leerling kan onderzoek doen
  • De leerling vanuit een historische context redeneren
  • De leerling kan bronnen analyseren
  • De leerling kan omgaan met causaliteit

Voorkennis

De leerlingen weten wie Roosje is en hoe haar leven zich (in grote lijnen) tussen 1914 en 1942 heeft voltrokken. Zij hebben ook kennis over de verovering van Nederland door de Duitsers (de meidagen) en de eerste ruim  twee jaar van de bezetting. Daarbij hebben zij weet (van aspecten) van het dagelijks leven en van de anti-Joodse maatregelen die door de Duitsers zijn genomen en die tot een toenemende uitsluiting van de Joden uit de Nederlandse samenleving hebben geleid. Zij hebben daarbij ook inzicht in de reacties van de niet Joodse Nederlandse bevolking op op die uitsluiting.  

Toetsing/afsluiting

De antwoorden bij de opdrachten